Wanneer?

Therapie kan kinderen helpen bij ;

  • Emotionele conflicten, zoals traumaverwerking, (faal)angst, fobieën, rouwverwerking, klachten als gevolg van een (echt)-scheiding.
  • Gedragsproblemen, zoals woedeaanvallen, destructief gedrag, heel druk gedrag, liegen, stelen, antisociaal gedrag, pesten, gebrek aan concentratie.
  • Weinig zelfvertrouwen, niet weten hoe je vrienden maakt, faalangst, veel tobben.
  • Aangeleerde probleemgewoontes, zoals nagelbijten, duimzuigen, tandenknarsen, overeten, haarplukken.
  • Psychosomatische klachten, zoals buikpijn, hoofdpijn, slaapproblemen.
  • Ontwikkelingsfaseproblemen, op het gebied van taal en spraak, eten en slapen, zindelijkheid, motoriek, leren en hechting.
  • Omgaan met bijzondere eigenschappen, zoals spiritualiteit (nieuwetijdskinderen), hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, ADHD, omgaan met een chronische ziekte.
  • Slaapproblemen, eetproblemen, spraakproblemen